Kunst in de metro

Scrol naar beneden of gebruik de pijltjes op je klavier
Hankar : Notre temps (1976), Roger Somville
Het is een vertaling in verschillende taferelen van de tegen - stellingen in “Onze Tijd” (het algemene thema van de com - positie), van de strijd van de mensen en de actieve bevolking voor een rechtvaardige economische en sociale maatschappij. We herkennen de grote massa, de motorrijders die de dage - lijkse strijd weigeren, de krantenlezer, een optocht,… De vor - men en de intense kleuren in waaiers van rode en oranje tinten geven aan de fresco ook een uitdagende, zelfs opdringerige toets. Somville zei: “Ik stoor liever dan te behagen...”. Het reusachtig fresco van 600 m 2 in Hankar werd met de hulp van zes medewerkers aangebracht. Het is een typische uiting van zijn visie en stijl, die het bewogene en overdadige niet schuwt, door middel van krachtlijnen en intens koloriet een heftige dynamiek tot uitdrukking brengt en talrijke taferelen naast elkaar plaatst om zo een synthese te geven van zijn eigen tijd. Roger Somville heeft ermee getracht de sfeer van de dag en van de nacht weer te geven. Vanaf het begin had hij vooral aandacht voor het probleem van de toegankelijkheid van de kunst voor het publiek: hij sloot zich aan bij verschillende bewegingen die de kloof tussen kunst en publiek wilden verkleinen. De kunstenaar zette mee zijn schouders onder de oprichting van groepen als “Le Centre de Rénovation de la Tapisserie de Tournai” (1946), “Forces Murales” (1947), en “Art et Réalité” (1954). Kunst moet via haar thema’s aansluiten bij het echte leven. Zo moet ze onderwerpen behandelen als het bestaan, het werk van de moderne mens, zijn strijd, zijn lijden,… Bovendien moet ze de technieken en materialen als tapijtwerk, fresco, keramiek, mozaïek,… opwaar - deren. Voor Somville bestaat kunst niet enkel voor een bevoor - rechte klasse. Hij revolteert tegen het conformisme. Hij leeft zich zowel uit op een muur als op doek. In de zomer werkt deze kunstenaar meestal in het hartje van Frankrijk. Naast zijn kunst, engageerde Roger Somville zich ook in de Wereldraad voor de Vrede. Hij vecht onvermoeibaar tegen de onderdrukking van de kleine man en voor “een kunst die van woede doet schreeuwen”
Kruidtuin : Les voyageurs (1980), Pierre Caille (Doornik, 1912 - Brussel, 1996)
De kunstenaar heeft de reiziger voorgesteld die ‘s morgens uit de grond komt om er ‘s avonds in terug te keren. Dit schept een continu heen-en-weergeloop, een massa die aanzwelt als het tij, en zich terugtrekt wanneer de taak volbracht is. Hij wou vertellen over de “andere reiziger”, de dromer in de metro die niet precies weet wat hij daar doet, maar die zich misschien in een of ander personage zal herkennen. De beeldengroep staat voor een achtergrond van spiegels, zodat de reiziger zichzelf aan het kunstwerk ziet deelnemen: door de spiegels krijgen we de indruk dat er meer personages aanwezig zijn. De 21 figuren zijn vooral in profiel voorgesteld en zijn fysionomisch zeer verschillend. Opvallend is dat de ogen sterk worden geaccentueerd. De ogen, monden, snorren, benen, armen en voeten zijn verhoogde delen en in een andere kleur uitgevoerd. Pierre Caille richt zich in de eerste plaats tot de dromer in de kijker, tot wie nog wat fantasie heeft in deze zakelijke wereld. Pierre Caille heeft een pioniersrol vervuld in de ontwikkeling van het keramische beeldhouwwerk in ons land. Hij beheerst snel de techniek van het pottenbakken, de faience, het email en het aardewerk, waarmee hij de vormen en kleuren ontdekt, die hem zullen leiden tot een “pottenbakker-beeldhouwer”-stijl, waarin mensen uit verschillende landen naïef en onschuldig lijken. Dat komt doordat hij de motieven schematiseert. Dit ongekunstelde past hij trouwens ook toe in zijn werk voor toneeldecors en kostuums. Pierre Caille was de eerste om een volwaardige keramiekatelier op te richten in ons land, namelijk aan de Hogeschool voor Architectuur en Visuele Kunst, La Cambre. Daarmee drukte hij meteen ook zijn stempel op vele generaties jonge artiesten. Keramiek bleef voor Pierre Caille altijd de belangrijkste kunstvorm, maar dat nam niet weg dat hij zich eveneens waagde aan bronzen beelden, collages, sculpturen in gelakt hout, schilderijen en juwelen.
Maaelbeek : Portretten (2002), Benoît Van Innis
Reeks portretten en groepen gestileerde personages: acht portretten op de perrons en twee groepen personages in de lokettenzalen aan de Wetstraat en de Etterbeeksesteenweg. De perronwanden, aan weerszijden van de sporen, zijn opgebouwd uit grote panelen in wit beton en metselblokken in vuurklei. Met deze materialen wordt het openbare en het stedelijke karakter van het metrostation benadrukt. In sommige van de vakken zijn de portretten van de hand van Benoît te bewonderen. Deze zwart gestileerde portretten zijn getekend op witte tegels. Het zijn anonieme gezichten zoals die van de metrogebruikers. Ze refereren ongetwijfeld naar het wachten van de reizigers op de metro. Het kunstwerk in de lokettenzalen geeft dan weer vooral beweging weer. Het kunstwerk werd gerealiseerd in nauwe samenwerking met de architecten Henk De Smet en Paul Vermeulen.

Ce site n'est visible qu'en mode paysage.

Ce site n'est pas visible sur les écran dont la largeur est inférieure à 768 pixels.